vrijdag 13 augustus 2010

God’s number is 20


Ik ben een kind van de jaren ’80. Nou ja, eigenlijk de jaren ’70 maar daar herinner ik me verdomd weinig meer van. De jaren ’80 hebben de reputatie van een donkere periode. Er was een zware economische crisis, torenhoge werkloosheid en we hadden natuurlijk de Koude Oorlog. Er was echter één probleem dat echt schreeuwde om een oplossing: het oplossen van Rubiks kubus.

Vanaf het moment dat ik voor het eerst een kubus in handen had, was ik geobsedeerd. Dagen, nee maanden, achtereen heb ik zitten draaien om het raadsel op te lossen en vele miljoenen met mij. Destijds was er natuurlijk geen internet, geen Youtube-instructiefilmpjes dus. Voor iedereen die na maandenlange frustratie het probleem nog niet had opgelost waren er slechts twee opties. De eerste was vals spelen: stickertjes verwisselen of de kubus demonteren. De tweede was een boekje kopen met de intrigerende titel ‘De sleutel tot het geheim van de wonderkubus’, verschenen in de befaamde reeks ‘Ken uw spel’. De meeste mensen die destijds de kubus konden oplossen, verdenk ik ervan het uit dit boekje geleerd te hebben.

In de wereld van wiskundigen blijkt het echte geheim van de wonderkubus niet te zijn hoe je hem oplost, maar wat het maximaal aantal benodigde draaiingen is om de kubus vanuit elke mogelijke positie op te lossen. Voor de liefhebber: dat zijn 43 252 003 274 489 856 000 mogelijke posities. Slechts één daarvan, zo merkt Wikipedia terecht op, is de goede oplossing.

Wetenschappers van Kent State University hebben eindelijk het magische getal – ook bekend als God’s number- vastgesteld. Het is 20. Op deze website wordt het allemaal haarfijn uitgelegd: de echte sleutel tot het geheim van de wonderkubus.

maandag 1 maart 2010

Vloeken is aangeleerd

‘Vloeken is aangeleerd, word geen naprater!’ Ik heb het altijd een rare slogan gevonden. Alle taalgebruik is immers aangeleerd. Voor een opgroeiend kind zit er dus niet veel anders op dan een naprater te worden. Kinderen praten alles na en doen dat stukken beter dan papegaaien.

Als opvoeder ben je je daar al snel van bewust en de meeste jonge ouders leggen zichzelf dan ook een gepaste zelfcensuur op. Dat valt nog lang niet altijd mee, het vertrouwde ‘kut’ en ‘shit’ moet uit je systeem gefilterd worden. In het begin gaat dat nog wel eens mis, maar na verloop van tijd dreigt het gevaar van doorslaan naar de andere kant. Op een dag zit je als jonge vader in de kroeg met oude vrienden, lazert er een bierglas om en dan zeg je ‘oepsie!’.

Mijn oudste is inmiddels acht en ze beschikt over een aardig arsenaal aan krachttermen. Die ze, uiteraard, niet van ons heeft. Kennelijk zijn we er in geslaagd haar enige beschaving bij te brengen, want ze weet vrij goed welke termen niet binnenshuis (maar alleen op het schoolplein) gebruikt mogen worden. Vloeken is echter een heel menselijke neiging die je alleen maar kan onderdrukken. Die negatieve energie moet er toch uit. Mijn dochter lost dat op met wat ik maar noem ‘pseudo-vloeken’. Bij pseudovloeken begin je als het ware aan een vloek, maar halverwege geef je er nog even een sociaal-wenselijke draai aan. De meest oubollige vorm daarvan vind ik ‘chips’ of ‘shoot’. Vormen die ooit voor grappig doorgingen waren ‘Godvrrr..ied Bomans’, of voor de (nog meer) historisch bewuste mensen ‘Godvrr..ied van Bouillon’. Deze pseudovloeken hoor ik nooit bij kinderen, misschien moet er eens een nieuwe bekende Godfried komen. ‘Chips’ is inmiddels ook achterhaald. Ik hoor het keurige stagiaires van in de 20 nog wel zeggen, maar mijn dochter spreekt alleen nog van ‘chipssaus’. Een variant die ik recent hoorde vind ik wel creatief: ‘curry!’

Chipssaus met curry, het is een aanvaardbare krachtterm voor een achtjarige, maar het blijft een onsmakelijke combinatie.

Deze blogpost werd ook gepubliceerd op www.trotsevaders.nl

foto: http://www.dierentuin.nl

zaterdag 16 januari 2010

Logisch, toch?

Sinds ik Logicomix, een stripboek over het leven van Bertrand Russel, heb gelezen. Denk ik steeds na over logische paradoxen. Wacht even, niet stoppen met lezen nu. Het wordt nog leuk!

Een klassieker: een barbier scheert alle mannen die zich zelf niet scheren. Scheert de barbier zich zelf of niet? Zo wel dan niet, en zo niet dan wel. Deze paradox van Russel komt de meeste mensen misschien voor als een leuk spitsvondigheidje, maar rond 1900 deed het de wereld van de wiskunde en de logica op zijn grondvesten schudden. De paradox toonde aan dat de verzamelingenleer een ondeugdelijke basis had. Nog zoiets: een catalogus bevat alle boeken die niet naar zich zelf verwijzen, moet de catalogus zelf ook in de catalogus worden opgenomen? Mocht je deze vraag met een eenvoudig ‘nee’ of ‘ja’ beantwoorden, dan is een carrière in de wiskunde beslist af te raden. Of wat dacht je van: “deze uitspraak is niet waar”?

Dat je geen Bertrand Russel hoeft te zijn om bijdehand uit de hoek te komen qua logische paradoxen, ontdekte ik gisteren. Een 8-jarig vriendinnetje van mijn dochter had namelijk een poll op haar hyvespagina gezet met de volgende vraag:

“Ga je deze vraag met nee beantwoorden?”

- Ja

- Nee

Een beetje Hyver zorgt natuurlijk dat de verwarde respondent na het beantwoorden automatisch “leugenaar!”naar zijn kop geslingerd krijgt.

Overigens is alles dat in deze blogpost staat gelogen.


Foto: Bertrand Russel (Bron: http://www.nndb.com/people)

donderdag 10 december 2009

Bij de notaris loopt het al snel in de papieren

Notaris wordt je niet zomaar, daar moet je eerst een dodelijk saaie studie voor volgen en je door gort- en gortdroge boeken worstelen. Maar als je even door de zure appel heen bijt, kan het feest beginnen. Zeeën van geld stromen dan binnen. Een inkomen waarvoor sommige mensen vliegtuigen besturen of hersenoperaties verrichten. Nu moet je er wel iets voor doen en misschien af en toe zelfs iets ingewikkelds, maar een aanzienlijk deel van je tijd bestaat uit het uitdraaien van stukjes tekst, een handtekening er op en voila, incasseren. Sterker, onlangs heb ik gemerkt dat notarissen exorbitante bedragen vragen voor werk dat eenvoudiger is dan de taken die op een gemiddelde sociale werkplaats worden uitgevoerd.

Ik had gewaarmerkte kopieën nodig van mijn diploma’s. Voor alle duidelijkheid, waarmerken is: een blik werpen op het origineel en dan een stempel en een krabbel op het kopietje zetten als bewijs dat je het origineel hebt gezien. Na enig uitzoekwerk kwam ik er achter dat dit bij de notaris kan of bij de gemeente. Ik belde eerst de notaris. “Natuurlijk meneer, geen probleem. Om hoeveel kopieën gaat het?” “Het zijn drie A-4tjes.” “Dan wordt het 70 euro.” “Pardon? Ze-ven-tig euro?” “ Ja, het eerste kopietje is 30 euro en de tweede en de derde zijn dan nog maar 20 euro per stuk.”

Dan maar naar de gemeente, in de hoop daar voor een gunstiger tarief terecht te kunnen. Om het ze daar zo gemakkelijk mogelijk te maken, had ik de kopietjes alvast gemaakt. Een vriendelijke meneer achter de balie zette stempels en handtekeningen. Drie minuten later liep ik met gewaarmerkte kopieën de deur uit. Het kostte helemaal niets. De originelen heb ik niet eens uit mijn tas hoeven halen.

donderdag 12 november 2009

Goede letters, foute letters

De Sint is weer in aantocht en dat betekent chocoladeletters! Wel vervelend dat veel chocolade nog steeds een naar bijsmaakje heeft. Achter de feestelijke letter gaat namelijk vaak een wereld schuil van uitbuiting, mensenhandel en kinderslavernij. Gelukkig kan de Sint daar veel aan doen, want het is de laatste jaren steeds gemakkelijker geworden om letters te kopen die wel op een eerlijke manier geproduceerd zijn. Ik verwacht dan ook dat als Sinterklaas echt een kindervriend is, onder andere Albert Heijn een boel letters gaat over houden dit jaar. Vorig jaar moest je vaak nog naar de wereldwinkel om een ‘eerlijke’ letter te kopen, dit jaar liggen ze gewoon in de meeste supermarkten.

En dan richt ik mij nu even rechtstreeks tot de Goedheiligman: Sint, het wordt u dit jaar wel heel gemakkelijk gemaakt om eerlijk in te kopen. Let even op, want u wordt ook een dagje ouder: Er zijn twee merken chocoladeletters die op een eerlijke manier geproduceerd zijn: die van Verkade en die van Tony Chocolonely. Laat de rest links liggen, want echt Sint, die zijn niet te vreten. U kunt alles nog eens rustig nalezen op de site met de ludieke naam Sinterslaaf of even uw collega de Groene Sint consulteren.

zondag 8 november 2009

Kunststripbeurs Utrecht

Zaterdag bezocht ik de Kunststripbeurs in Utrecht. Michael Minneboo, die zelf niet aanwezig kon zijn, vroeg mij om een verslagje te schrijven over deze beurs. En als een gerenommeerde stripjournalist me dat vraagt, wie ben ik dan om dat te weigeren? Lees hier het verslag op Mike's Webs.

vrijdag 6 november 2009

Geen mening

Meningnietis, zoals Van Kooten en De Bie het noemden, lijkt een aandoening te zijn waar steeds minder mensen aan lijden. Vandaag de dag heeft iedereen overal een mening over. Meningen of ‘opinie’ is overal. We hebben de Joop, we hebben de Jaap, en nog een hele rits televisieprogramma’s met opinie. En binnenkort komt er nog meer opinie bij uit de rechtse hoek. Als je geen mening hebt, moet je dus niet zeuren want je kunt er zo een gratis van internet halen.

Toch heb ik er zelf nog wel eens last van, geen mening hebben. Op sommige verjaardagsfeestjes krijg ik de indruk dat ik de enige ben die ergens geen mening over heeft. Misschien komt dat doordat ik slecht geïnformeerd ben, maar mijn voorkeur gaat uit naar een andere verklaring. Voordat Descartes tot zijn beroemde conclusie kwam ‘ik denk dus ik besta’ stelde hij vast dat hij twijfelde: ‘ik twijfel dus ik denk’. Mensen die overal een mening over hebben, twijfelen nooit en denken dus ook nooit. Hun brein is aangetast door opinitis. Denk ik dan.

Gelukkig manifesteren de mensen zonder mening zich vandaag de dag ook in de media. Iedere ochtend wordt ik wakker met op de radio RTV-utrecht. RTV-Utrecht heeft iedere dag een stelling. Op internet kun je dan stemmen op antwoordcategorieën als ‘jazeker’ of ‘nee hoor´. Soms gaat het om politiek getinte stellingen als ‘het verbod op godslastering moet worden afgeschaft’ en soms zijn het eigenlijk geen stellingen maar uitspraken als ‘ik ga zeker naar de KamaSutrabeurs’. De percentages ‘jazeker’ en ‘nee hoor’ boeien me niet. Wat me wel intrigeert zijn de mensen die aanklikken ‘geen mening’. Dat is toch fascinerend? Dat mijn buurman misschien wakker wordt en op de radio de stelling hoort: “Ik zal geen traan laten om het faillissement van de DSB bank”. En dat hij dan zijn computer aanzet, surft naar RTV-Utrecht en denkt: ‘ik ga mooi eens even laten weten dat ik daar geen mening over heb’ en dan klikt hij het vakje ‘geen mening’ aan. Echt, die mensen bestaan. Ze twijfelen, dus ze bestaan.

Foto: Descartes door Frans Hals Louvre, Parijs

maandag 26 oktober 2009

Raar einde

Dit jaar had ik het voorrecht in de kernjury van de NS-publieksprijs te zitten. Tijdens Manuscripta in Amsterdam kreeg ik met 299 anderen het stapeltje van zes genomineerde boeken uitgereikt. De uitslag was niet zo verrassend, “Het diner” van Herman Koch sprong er echt uit en kreeg maar liefst 34% van de stemmen van de kernjury, waar onder die van mij.

Wat wel aardig is aan meedoen met de kernjury is dat je eens iets leest dat je anders nooit zou lezen. Zo heb ik nu kennis gemaakt met het genre ‘literaire thriller’. Alleen die term wekt al argwaan. Als op de voorkant van een boek staat dat het literatuur is, kan het dat immers nooit zijn. Maar goed, nu begrijp ik dat een literaire thriller gewoon een thriller is met boeven enzo, maar dan één waarin de hoofdpersoon worstelt met existentiële vragen. ‘De verbouwing’ van Saskia Noort is zo’n boek.

Dit boek eindigde op de laatste plaats met 5% van de stemmen. Ik was ook blij dat ik er geen geld aan heb uitgegeven, want dan had ik het teruggebracht naar de winkel. Mocht je er evengoed aan willen beginnen, stop dan nu met lezen van dit stuk!

De verbouwing heeft echt het meest ongeloofwaardige slot ever. Stel je even voor: een arts, tevens eigenaar van een privékliniek heeft financiële problemen. Een dubieus ex-vriendje investeert een miljoen in haar bedrijf, maar wanneer ze toehapt, raakt ze verstrikt in het web van gewetenloze criminelen die haar afpersen. Om een lang verhaal kort te maken, ze beraamt een plannetje dat er uiteindelijk toe leidt dat de twee opperboeven neer worden geschoten. Één van de twee zelfs in de kliniek. Wat doe je dan, als je een bloedend lijk in de gang hebt liggen? Ze moeten snel handelen, want 112 is al gebeld! Nu komt de briljante vondst: ze pakken het lijk op en gooien het in de struiken op het parkeerterrein, terwijl een behulpzame assistente binnen het plaats delict even een sopje geeft. Het wapen wordt de duinen in geslingerd en voila, daar is oom agent net nadat alle sporen uitgewist zijn! Opmerkelijk was wel dat het lijk bij haar voor de deur wordt gevonden en bekend is dat hij een miljoen aan aandelen in de onderneming van mevrouw heeft. Kennelijk was hele forensische team net op een lange sabbatical en waren de betrokken rechercheurs niet al te snugger, want ze komen er mee weg. Misschien denk ik er ook teveel over na, maar voor mij was dit boek een quasiliteraire giller.

woensdag 7 oktober 2009

Nieuwe kop

Taadaa! Is ie mooi of niet, mijn nieuwe header? Of ‘kop’ in goed Nederlands. De oude was me al een tijdje een doorn in het oog. Een beetje saai en onpersoonlijk was ie. Toch heeft het even geduurd voordat deze prachtige nieuwe header er was. Mijn eigen bekwaamheid in grafische programma’s is ergens blijven steken bij Paint (rondje tekenen, en er dan een emmertje verf in leegkiepen). In plaats van zelf te gaan klooien heb ik dus de hulp van een professionele vormgever ingeroepen.

Nu ga ik niet over één nacht ijs, dus had ik een uitgebreide profielschets gemaakt. Een goede vormgever maakt niet alleen mooie dingen maar denkt ook met je mee, is flexibel als je het toch weer net anders wilt, en als het even kan, moet zij een naam hebben die klinkt als een chique modelijn. Welnu, die eigenschappen komen samen in de ontwerper van mijn header Marie Christine Meijer.

Mocht je willen zien wat Marie Christine nog meer allemaal voor fraaie dingen maakt, kijk dan eens op de website van haar bedrijf
bureau Gurk.

dinsdag 29 september 2009

Kastanjetijd

Vanmorgen zei een jongetje tegen mij: “wij hebben thuis driehonderdveertien kastanjes”. “Zo, dat is veel”, zei ik “wat ga je er mee doen?”. Typisch een stomme vraag van een volwassene, realiseerde ik me meteen. “Gewoon bewaren, mijn oma heeft een kastanjeboom in de tuin dus misschien heb ik er binnenkort driehonderdvijftig.” “Toen ik klein was”, hoorde ik mezelf zeggen, “maakten we weleens van die beestjes met kastanjes en lucifers.” Hij keek me een beetje glazig aan, en zag er duidelijk weinig in, gaatjes boren in kastanjes. En hij heeft gelijk. In de weg die ik af heb gelegd van kind naar volwassene heeft ergens het idee postgevat dat kastanjes een functie zouden moeten hebben. Maar gepruts en geknutsel met stokjes gaat volledig voorbij aan de essentie van het kastanjes verzamelen. Kastanjes zijn glimmende dingen. Die moet je gewoon hebben, bezitten. Meer, meer, meer! Ik vraag nooit meer aan kinderen wat ze moeten met al die kastanjes. De tijd dat de rijkdom voor het oprapen ligt, duurt maar kort.