donderdag 10 december 2009

Bij de notaris loopt het al snel in de papieren

Notaris wordt je niet zomaar, daar moet je eerst een dodelijk saaie studie voor volgen en je door gort- en gortdroge boeken worstelen. Maar als je even door de zure appel heen bijt, kan het feest beginnen. Zeeën van geld stromen dan binnen. Een inkomen waarvoor sommige mensen vliegtuigen besturen of hersenoperaties verrichten. Nu moet je er wel iets voor doen en misschien af en toe zelfs iets ingewikkelds, maar een aanzienlijk deel van je tijd bestaat uit het uitdraaien van stukjes tekst, een handtekening er op en voila, incasseren. Sterker, onlangs heb ik gemerkt dat notarissen exorbitante bedragen vragen voor werk dat eenvoudiger is dan de taken die op een gemiddelde sociale werkplaats worden uitgevoerd.

Ik had gewaarmerkte kopieën nodig van mijn diploma’s. Voor alle duidelijkheid, waarmerken is: een blik werpen op het origineel en dan een stempel en een krabbel op het kopietje zetten als bewijs dat je het origineel hebt gezien. Na enig uitzoekwerk kwam ik er achter dat dit bij de notaris kan of bij de gemeente. Ik belde eerst de notaris. “Natuurlijk meneer, geen probleem. Om hoeveel kopieën gaat het?” “Het zijn drie A-4tjes.” “Dan wordt het 70 euro.” “Pardon? Ze-ven-tig euro?” “ Ja, het eerste kopietje is 30 euro en de tweede en de derde zijn dan nog maar 20 euro per stuk.”

Dan maar naar de gemeente, in de hoop daar voor een gunstiger tarief terecht te kunnen. Om het ze daar zo gemakkelijk mogelijk te maken, had ik de kopietjes alvast gemaakt. Een vriendelijke meneer achter de balie zette stempels en handtekeningen. Drie minuten later liep ik met gewaarmerkte kopieën de deur uit. Het kostte helemaal niets. De originelen heb ik niet eens uit mijn tas hoeven halen.

0 reacties:

Een reactie plaatsen